Als derde schip van de prinsenvloot werd de Prince Charles samen met de Prinses Josephine Charlotte bij Cockerill besteld. De bestelling werd in juni 1929 geplaatst. De totale lengte van de Prince Charles was 109.60 meter en 14.81 m breed. De diepgang was 3.05 m. Het schip had een waterverplaatsing van 2559 ton en diende een snelheid te halen van minstens 23.5 knopen. Bij de planning had men reeds de ruimten voorzien om 150 ton kolen en ook 200 ton mazout te kunnen inschepen.
De Prince Charles werd als eerste van de twee bestelde eenheden op 12 april 1930 in de namiddag gelanceerd in aanwezigheid van Prins Karel en tal van genodigden. Het was Francine Greiner de dochter van de dhr. Greiner, bestuurder van Cockerill die als meter van het schip op aangeven van Prins Karel het koord met het daarvoor speciaal gegraveerde bijltje mocht doorhakken. Nadat het touwtje was doorgehakt gleed het schip feestelijk bevlagd gracieus van de helling en kliefde door het water van het dok terwijl de aanwezig zusterschepen Prinses Astrid en Prince Léopold de scheepsfluiten hartig lieten weerklinken. Na de plechtigheid begaven de genodigden zich aan boord van de zusterschepen voor een bezoek, een bijhorende receptie en toespraken.
Zeven maanden later kon de Prince Charles na afwerking in dienst worden genomen. In de laatste week van oktober deed de Prince Charles de nodig proeven en vertrok op 31 oktober om 10u30 uit Hoboken naar Oostende om daar omstreeks 17u00 aan te komen. Commandant Degraeve en luitenanten Georges Timmermans en Roedts konden zich voorbereiden voor de reguliere afvaart tussen Oostende en Dover. Er was nog voor de eerste officiële afvaart naar Dover een trip gepland met de Minister Lippens, Prins Karel en een aantal genodigden. Omdat tijdens de nacht een zware storm was opgestoken werd deze geannuleerd. De maiden trip had plaats op 11 november 1930 en vertrok te Oostende even voor 11u00 met 65 reizigers en een aantal genodigden. Het weer was nogal woelig maar eenmaal in zee gleed de Prince Charles statig door de golven. Het was 14u15 wanneer het schip in Dover aankwam na een reis van 3 uur en twintig minuten. Na aankomst begaven zich enkele prominenten aan boord om door dhr. Devos en andere overheden te worden ontvangen. Na de officiële plechtigheid kon de Prince Charles opnieuw vertrekken naar Oostende en verliet de kaai van Dover om 16u00 met 72 passagiers. Na een woelige reis van 3u en 17 minuten kwam het schip voor de haven van Oostende om wat later af te meren. Ze was gereed voor de reguliere dienst.
Op 8 december 1930 had de Prince Charles al te kampen met averij en kon zijn geplande reis om 10u30 niet vertrekken. De reizigers waren al aan boord ingescheept en moesten terug ontscheept worden om op de Ville de Liège te worden ingescheept die op de middag kon vetrekken. Het was commandant Degraeve die ook in die week een record op zijn naam zette. Hij maakte de reis Dover-Oostende in 2 uur en 27 minuten ondanks het mistig weer.
In mei 1931 kreeg cdt Degraeve te maken met een drama. Een Italiaanse oorlogsinvalide, verlamd aan een arm en een been, werd te Dover geweigerd wegens gebrek aan bestaansmiddelen en teruggezonden. Hij wou nochtans zijn vrouw in Londen gaan bezoeken. De man werd terug op de Prince Charles ingescheept en was totaal van streek. Na vertrek deelde hij alles wat hij bij zich had aan de matrozen uit en sprong ter hoogte van de Sandetti overboord. Onmiddellijk gaf luitenant Timmermans opdracht een reddingssloep uit te zetten en een reddingsgordel uit te gooien naar de ongelukkige man. Maar die weigerde. Een tweede keer had meer succes en de man kon in de reddingssloep worden gehesen. Hij had ondertussen al het bewustzijn verloren. In Oostende werd hij naar het hospitaal gebracht en alle voorwerpen aan de havenmeester terug gegeven. Zijn toestand was echter niet kritisch en na genezing zou men hem aan de Italiaanse overheid te Brussel worden overgemaakt.
Regelmatig werden op het achterdek voertuigen geladen. Deze werden met de kaaikranen aan boord gehesen. Deze kraan werd hiervoor in 1926 op de kaai geplaatst.

Begin april van dat jaar mocht de Prince Charles een excursie naar Londen verzorgen met een groep van de Belgische Maritieme Liga. Ze waren met 228 die voor de eerste maal voor anker gingen voor de Tower of London tot bewondering van velen voor dit mooie schip. De reis was zo goed meegevallen dat de deelnemers een petitie opstelden om het volgende jaar in de zomer een excursie naar Leith voor enkele dagen te organiseren.
In juni 1932 vroeg men in het parlement aan de Minister hoeveel die maalboot nu heeft gekost aan de schatkist. Ze kregen voor antwoord dat de Prince Charles 41 369 604 Bfr. heeft gekost. Op 18 juli werd met de Prince Charles een speciale reis naar Dover ingericht om Amerikaanse schoonheden in Dover te gaan halen voor Oostende. Het vertrek was voorzien om 08u30 en er waren speciale evenementen aan boord. Voor de heen en terugreis betaald men 50 Bfr. en voor de lunch 27 Bfr. Aan boord was een Russisch jazz orkest voorzien voor de overtocht. Commandant Degraeve was om 16u00 terug in Oostende met zo'n 500 reizigers.
In oktober 32 kwam de Prince Charles in Dover in aanvaring met een cargo, de Peter Hawksfield van 959 ton. Deze laatste was afkomstig van Goole en ging aanleggen in de buitenhaven terwijl de Prince Charles de haven binnen voer. De Peter Hawksfield geladen met kolen werd aan de boeg beschadigd en moest worden van zijn lading gelost en verder onderzocht. De Prince Charles liep wat beschadigingen op aan het berghout en twee patrijspoorten. De Prince Charles had 52 reizigers aan boord en kon verder de diensten verzekeren.
Op 2 juli 1933 richtte het reisagentschap Wirtz naar aanleiding van de zeewijding te Oostende en de daaraan gepaarde feestelijkheden een speciale reis in met de Prince Charles naar Antwerpen. De gegadigden konden ’s morgens voor de som van 45 Bfr. in Antwerpen met de trein vertrekken naar Oostende om op de feesten aanwezig te zijn en om 18u00 met de Prince Charles terugkeren naar Antwerpen waar ze omstreeks 23u00 aan de hangar 21 toekwamen. Zo’n 1000 gegadigden genoten van een fantastische dag.
Op maandag 28 augustus 1933 en onderweg naar Dover kwam de Prince Charles plots op de middag aan de Ruytingen een scheepswrak tegen dat uitgebrand was. Het houten stoomschip was volledig vernield door brand en nog smeulend in zwarte rook. De commandant gaf opdracht om een reddingssloep uit te zetten en in de omgeving te gaan zoeken naar overlevenden of mogelijk lichamen. Dit leverde echter niets op en de sloep werd in de davit naast het schip gehangen voor eventuele snelle interventie. Toen de reis naar Dover werd verder gezet zag men zo’n drie mijl later een klein bootje waarin vier mannen zaten die als noodsignalen met een laken zwaaiden. In het bootje zaten de mannen van het Franse vissersschip Raymond Emelie Annette uit Calais. Het schip was de donderdag uitgevaren om te vissen maar de maandagmorgen om 05u30 ontstond brand aan boord en de kapitein vreesde dat de motor ging exploderen. Hij gaf opdracht om het kleine reddingsbootje uit te zetten om afstand van het brandende vissersschip te nemen. Ook besliste hij een kleine voorraad proviand mee te nemen. Nog maar pas op een kleine afstand van het schip gekomen explodeerde zoals verwacht de motor en begon het vaartuig te zinken. Ze hadden alle moeite gehad om naar andere schepen in de omgeving signalen te sturen en zo om opgemerkt te worden. Ze waren uiteraard euforisch wanneer de Prince Charles hen opmerkte op de middag en uit hun netelige situatie kon halen. Ze werden aan boord verzorgd en de reizigers hadden nog een geldinzameling gedaan voor de geredde slachtoffers. In Dover werden de mannen aan het Frans consulaat overgedragen die hen dezelfde avond met een Franse ferry terug naar Calais kon brengen.
Op 26 oktober 1933 heerste een hevige storm op de kust toen de Prince Charles uit Dover rond 07u15 na een slechte overtocht voor Oostende kwam met commandant Van Hulle. Wanneer hij de haven binnen vaarde, plots halverwege door een windvlaag werd gegrepen en dwars in de haven ging. De Prince Charles botste daarbij tegen het ooster- en westerstaketsel. Het schip wierp het anker maar het duurde wel een kwartier vooraleer de commandant terug controle over het vaartuig kreeg met de hulp van sleepboot 5 en zodoende verder kon invaren. Doch wat verder voor de kaaimuur werd het schip opnieuw dwars geduwd waarbij het de kaai raakte. De maalboot had wel wat schade aan het roer en huid. Aan de staketsels werd naar schatting voor zo’n 200 000 Bfr. schade aangebracht. Gelukkig waren er niet zo veel reizigers aan boord. Het hevige stormweer had tevens heel wat schade over de ganse kustlijn aangericht.
In november kreeg de Prince Charles aan boord in Dover bezoek van afgevaardigden van de Britse Post Office. Op de Belgische maalboot hadden de reizigers in die tijd al de mogelijkheid te telefoneren met gelijk welke abonnee in België en zelfs de buurlanden. De Britten kwamen een bezoekje brengen met het oog om net zoals in Oostende ook een zendstation in Dover te plaatsen. Wat uiteraard de dienstverlening zou ten goede komen.
Half december van datzelfde jaar had commandant Degraeve tijdens zwaar weer en bij het invaren te Dover een onverlichte boei aangevaren. De aanvaring had echter nogal wat schade aan het schroef aangericht dat de Prince Charles was genoodzaakt zo snel mogelijk naar het droogdok moest voor herstellingen.
Op 15 november 1934 kwam de Prince Charles in aanvaring met de O.113 die de vissershaven uit voer. Het vissersschip werd beschadigd en moest terug keren. De Prince Charles kon de reis verder zetten. Achteraf gaf de schipper Vercruysse van de O.113 toe de fout te hebben gemaakt om geen voorrang te geven.
In februari 1935 publiceert men in de krant De Zeewacht een interessant artikel over het verbruik van brandstoffen op de maalboten. Rekening houden dat op dat moment enkel de Prince Baudouin is uitgerust met gasolie dieselmotoren stellen we vast dat de overgang van kolen naar mazout dat jaar bijna is afgerond. Zo verbruikte de Ville de Liège voor één overvaart 8275 Bfr. kolen. De Prinses Marie-José deed dat met 8720 Bfr. mazout en de prinsenboten voor 8190 Bfr. Uiteraard halveerde de Prince Baudouin de kost met 4830 Bfr. per enkel reis. Zoals men weet was prinsenvloot gebouwd met de optie om zowel kolen als mazout te stoken voor de stoomturbines. In eerste instantie kwamen die schepen in dienst en werden met kolen gestookt. De lobby van kolenleveranciers had daarvoor bij de Minister aangedrongen om de economische schade te beperken. De Minister had daarin toegegeven. De Prince Baudouin had echter een nieuw tijdperk ingezet.
Op 10 december 1935 heerste terug een hevige N-O storm in Dover waardoor de havens van Dover en Folkestone die dag voor enige tijd gesloten werden. Drie schepen van de Britse Southern Railway lagen in Boulogne en Calais op beter weer te wachten. Op 11 dec vertrok de Prince Charles om 15u15 uit Oostende en kwam rond 19u00 voor Dover. Na enkele vruchteloze pogingen om binnen te varen zette de kapitein koers naar Folkestone. Daar bleken ook alle pogingen binnen te gaan tevergeefs. Er zat niets anders op voor de commandant om daar in de omgeving voor anker te gaan en zodoende de 154 reizigers aan boord om de nacht door te brengen in helse weersomstandigheden. De woensdagmorgen om 07u00 lukte het de Prince Charles om de haven van Newhaven binnen te gaan tot grote opluchting van de reizigers.
Op maandag 27 januari 1936 maakte de Prince Charles deel uit van een speciale reis naar Dover met de Koning Léopold, de Koninklijke Prinsen van Luxemburg en afgevaardigden van de regering voor de begrafenis van Koning George V van Engeland. De woensdag 29 is de Koning met de Prince Charles, begeleid door twee Engelse eenheden teruggekeerd naar België.
Half mei 1937 organiseerde het reisbureau Wirtz een speciale reis naar aanleiding van de kroning van Koning George VI op 12 mei. De reis startte de dinsdag avond in Antwerpen met de trein van 19u00 naar Oostende. Daar werden ze ingescheept op de Prince Charles voor Dover en na aankomst met de trein naar Londen gebracht. Daar kwamen ze om 03u45 in de morgen aan om dan nog heel wat uren te wachten in het Hyde Park om de prachtige defilé te kunnen aanschouwen. Om 18u00 vertrok de groep terug uit Londen naar Dover en met de maalboot verder naar Oostende. Vermoeid kwam de partij om 02u30 terug aan in Antwerpen. Zo’n 700 mensen waren van de partij voor deze unieke aangelegenheid die hen werd aangeboden.
Regelmatig moest een maalboot naar Antwerpen voor onderhoud, herstelling of droogdok. Voor de tocht naar Antwerpen op 20 juni 1938 mochten een groep schoolkinderen mee van Oostende naar Antwerpen vooraleer de Prince Charles werd drooggelegd.
Op 20 oktober 1938 bracht de Prince Charles de Koning en Prinses Marie-José incognito naar Dover en voor een bezoek te Londen.
Op 18 december 1938 had de Prince Charles te kampen met pech in de gure heersende weersomstandigheden. Die zondag was de Prince Charles normaal afgevaren maar kreeg in Dover een kabel in het schroef die het schip uit dienst haalde. Het schip diende in Dover te blijven en niets kon worden ondernomen om aan het euvel te verhelpen gezien de weeromstandigheden. Men slaagde er pas in de maandag nacht op dinsdag om de kabel te verwijderen. Met veel moeite geraakte de Prince Charles terug in Oostende en werd pas de donderdag morgen naar Antwerpen gesleept voor de droogdok. De daarop volgende zaterdag (24) kon de Prince Charles de droogdok verlaten en onmiddellijk naar Oostende terug keren om de dienst te hernemen.
WW2
Vanaf 29 november 1939 werd op Folkestone gevaren. Op vrijdag 22 december wilde de Prince Charles Folkestone verlaten maar diende terug te keren wegens de dichte mist en voor anker gaan. De situatie bleef een hele tijd ongunstig voor de commandant Van Gool zodoende kon het schip pas de maandag om 08u00 terug vertrekken naar Oostende met 35 reizigers en met aankomst om 14u00.
De Prince Charles kwam op 6 januari 1940 in aanvaring met een Frans vaartuig waarbij het roer werd beschadigd en buiten dienst viel. De herstelling was op 31 januari uitgevoerd en het schip kon terug in de dienst ingezet tot 3 mei.
Op 17 mei 1940 kon de Prince Charles uit Oostende samen met enkele andere maalboten vluchten naar Southampton. Er werd beslist om het schip in te zetten voor diverse taken en op 24 september naar Devonport gestuurd voor conversie. De aanpassing hield in het schip aan te passen voor acht landingsvaartuigen.

Omdat er dringend nood was om de vluchtelingen uit Frankrijk te evacueren verzorgde de Prince Charles allereerst van 30.5.40 tot 21.9.40 voor reizigersvervoer voor rekening van het Ministerie van Oorlogsvervoer en werd op 30 mei naar Caen gestuurd. Ze was in Brest, St Malo en Cherbourg om op 16 juni vertrekkend uit St Malo om als laatste schip naar Southampton te varen. Daar werd overgedragen aan de Royal Navy en vanaf december 1940 op de werf van Silley Cox & Co omgevormd tot een small landingsvaartuig of LSI. Er werd bewapening geplaatst om later deel te nemen aan diverse operaties met als basis lnveraray. Schepen zoals de Prince Charles waren als turbine en dieselschepen als landingseenheid heel goed geschikt door hun snelheid en beperkte diepgang. Door de beperkte diepgang kon men met het schip dicht bij de kust komen om de landingsvaartuigen aan land te sturen. Met hun hoge snelheid was men na het landen van troepen ook weer snel uit de voeten van de kust weg. Op 6 maart 1941 werd de Prince Charles gedoopt als HMS Prince Charles met als basis lnveraray in Schotland.
Bij de proeven was met niet tevreden over het resultaat en het schip werd in Davenport beschadigd tijdens een luchtbombardement in de nacht van 29 en 30 april 41. Een bom op bakboord midden veroorzaakte schade en vijf gewonden. Hierdoor kon ze pas op 23 juni vertrekken en werd bij vertrek opnieuw gebombardeerd. Deze keer echter zonder schade op te lopen.
Vanaf 8 augustus werden oefeningen gehouden voor een eventuele invasie op de kanaal eilanden en Gibraltar. Op 18 augustus kon ze deelnemen aan de operatie Jubilee en de dag nadien Canadese troepen voor de raid in Dieppe landen waar ze twee landingsvaartuigen verloor. In December 41 en Januari '42 nam zij deel aan drie raids op de Noorse kust. Ditmaal een gecombineerde opdracht zoals de ombouw was bedoeld. De Prince Charles was terug op de Clyde op 7 januari 42 en in maart werd het schip onder handen genomen voor onderhoud en herstellingen.
De Prince Charles vertrok op 18 juni 1943 uit Falmouth en diende voor Gibraltar te bunkeren om dan op 26 juni aan te komen in de Noord Afrikaanse haven Oran. Ze vertrok uit Bizerta op 7 juli met US Rangers voor een aanval drie dagen later op de Siciliaanse kust. Op 16 augustus opnieuw met commando’s van de Royal Marines voor een raid NO de Siciliaans kust. Op 9 september mocht ze US Rangers landen aan de Italiaanse kust in Salermo. Op 24 september bracht ze troepen naar Italië waarna ze een klein onderhoud had in Malta en klaargemaakt voor terugkeer naar Engeland. Ze vertrok dan op 3 november uit Gibraltar en ging naar Tilbury voor herstellingen. Waar een grondig herstel van de gemetselde constructies van de boilers plaats had.
Zij keerde terug naar de Britse wateren in Oktober 1943 en nam deel aan de invasie van Normandië. In Augustus 1944 werd zij door een torpedo beschadigd enin herstelling gezonden naar Penarth en terzelfder tijd omgebouwd tot passagiersvaartuig om overgegeven te worden aan het Ministerie van Oorlogsvervoer op 21.12.44. Door het Ministry of War werd zij vanaf juni 45 werd aangewend voor het vervoer van troepen tussen Oostende en Dover tot zij teruggegeven werd aan de Belgische Marine te Antwerpen op 15.6.46. Na herstel en ombouw van de oorlogsactiviteit op de werf van Cockerill om haar taak van regulier passagiersvervoer terug op te nemen kon de Prince Charles terug in dienst op 11 november 1946.
Enkele weken later op zondag 15 december raakte de Prince Charles bij afvaren voor het Zeestation een oorlogswrak en maakte hierbij schade. Het schip moest terug aanleggen omdat het water maakte. De reizigers werden overgeladen naar de Londen-Istanbul. Met uiteraard nogal vertraging. Men verweet de overheidsadministraties omdat het te lang duurde na de aanbesteding voor dit wrak werd opgeruimd.
Op 21 juni 1947 werd een reiziger, dhr Sidney Robertson van 70 jaar en bestuurder van een fabriek op 18 mijl van Dover een hartaderbreuk en overleed aan boord. Bij aankomst werd het stoffelijk overschot in afwachting naar het dodenhuis gebracht.
Stilaan hernam het leven na de vreselijke oorlog. Ook dhr. Wirtz was terug van de partij en maakte van de gelegenheid gebruik wanneer de Prince Charles in Antwerpen voor Pasen 1947 en groot onderhoud heeft gehad om de terugreis naar Oostende met reizigers te organiseren. Reizigers dienden hun eigen mondvoorraad mee te nemen omdat de restauratie nog niet open was. Wel was er drank beschikbaar. Men kon aan de reis deelnemen voor de som van 100 Fr per volwassene en 60 Fr voor kinderen onder de 14 jaar. Nog in de aprilmaand op de 15e verraste commandant Aspeslagh op de reis met de Prince Charles een trouwe reiziger dhr. Roger Sander. Op die dag wilde men de 20 000ste reiziger sinds januari in de bloemetjes zetten. Als trouwe reiziger kreeg Roger een mooi portefeuille.
In 1948 werd de Prince Charles in Hoboken helemaal opgeknapt en heringericht. De populariteit van de kruisvaarten Antwerpen-Oostende nam steeds toe en de kranten het Handelsblad en de Metropool organiseerden in het seizoen telkens reisjes naar de kust en terug met de Antwerpenaren.
In april 1950 kreeg de Prince Charles met commandant Aspeslagh te maken met een stevige grondzee. Op 10 april was de Prince Charles uit Dover vertrokken met nogal woelige zee. De reis legde aan om zwaar te worden en commandant Aspeslagh gaf orders om alle passagiers en reisgoed binnen te houden. Uiteraard waren er enkelen die deze richtlijnen negeerden. Wanneer plots een grondzee de Prince Charles beet nam, de voorsteven onder water stak en zo het schip en de 400 reizigers door elkaar schudde. Ook de geladen auto’s werden beschadigd. Een paar reizigers werden gewond maar uiteindelijk viel dit nog mee. Eén Engelse reiziger moest bij aankomst naar de kliniek gebracht. Behalve het bang moment kon de bemanning tamelijk snel de reizigers kalmeren en gerust stellen. Dat het geen aangename reis was hoeft niet gezegd. De meeste reizigers waren de ganse reis erg zeeziek. Maar vooral was men het voorval in 1920 waarbij de Pieter de Coninck door een grondzee werd getroffen niet vergeten. De wilde zee had bij de Pieter de Coninck wel enkele reizigers van het dek meegesleurd in zee. Commandant Aspeslagh was normaal commandant op de Prince Philippe maar had voor die reis een collega vervangen. Alspeslagh was al 20 jaar bevelhebber maar gaf toe dat hij ditmaal de kwaadste momenten van zijn loopbaan had meegemaakt.
Op 19 maart 1953 kwam de Prince Charles omstreeks 11u00 en op zo’n 15 mijl van Duinkerke aan de Westhinder tijdens de dichte mist in aanvaring met een Engels cargoschip de “Llantrisant”. Dit vaartuig van 6140 ton was onderweg uit Melbourne naar Antwerpen. De Prince Charles had omstreeks 09u45 Oostende verlaten en kreeg onderweg te maken met dichte mist. Wanneer men plots de signalen van een ander schip meende te horen gaf commandant Tanghe het bevel om het schip stil te leggen teneinde de positie van het ander schip te kunnen bepalen. Beide schepen lieten voluit hun signalen horen maar plots doemde uit de mist het ander schip op en ramde de Prince Charles haaks midscheeps. De reizigers hoorden gekraak en voelden een hevige schok. De bemanning begon onmiddellijk reddingsvesten uit te delen en de reddingsboten klaar te maken. De Prince Charles werd zwaar beschadigd. Gelukkig deden de waterdichte deuren van de compartimentering hun bedoeld werk zodat het ruim niet onder water kon lopen. Op het moment van de aanvaring was er slechts één reiziger aan dek en dit nog ter hoogte van de aanvaring. Gelukkig zag de reiziger het aankomen en kon deze zich snel uit de voeten maken. Er ontstond echter geen zware paniek aan boord. De aanvaring richtte schade aan in de stookruimte en stelden drie van de zes stookketels buiten dienst. Na evaluatie van de toestand seinde de Prince Charles dat ze geen hulp nodig had en op eigen kracht op de stuurboord machines terug naar Oostende kon varen. Bij het invaren en sterke stroming ramde de Prince Charles nog het Oosterstaketsel en beschadigde een reling over een afstand van zes meter. Omstreeks 15u10 kwam ze aan in Oostende waar men de lading post, wagens en de 113 reizigers kon overladen op de Prince Philippe die eigenlijk om 14u30 moest vertrekken maar werd opgehouden om de mensen van de Prince Charles te kunnen meenemen. De Prince Philippe vertrok dan om 16u00 met anderhalf uur vertraging.
De boeg van het Britse schip had midscheeps een grote driehoekige scheur van zo’ drie meter groot aangebracht bij de aanvaring. Het dek en een reddingsboot werd beschadigd en in de stookkamer kwam er water binnen. Door gebruik van de pompen konden drie stookketels worden gevrijwaard.
Men schatte dat de Prince Charles voor zo’n drie weken uit dienst moest voor herstelling. De Minister Seghers en zijn kabinetsattaché Frans Vanvaerenbergh kwamen de donderdag 26 maart de schade bekijken en de commandant en zijn bemanning danken voor hun moedig en kordaat optreden tijdens deze noodsituatie waarbij niemand was gekwetst of zelfs erger. Een zware ramp kon worden vermeden. Nog diezelfde dag vertrok de Prince Charles naar Antwerpen voor de nodige herstellingen.


Stilaan werd de Prince Charles een veteraan in de vloot als enige overblijvende stoomschip van de Prinsenvloot uit 1930. De dienst had ondertussen een aantal beter schepen zoals de Koning Albert, Prince Philippe en uiteraard de Car Ferry. Tevens lagen er nog enkele nieuwe schepen in de planning en op de tekentafel. Om die reden werd de Prince Charles in 1958 uit dienst gehaald en bleef een tijdje werkloos.
Op 28 oktober 1960 werd om 14u00 een openbare verkoop georganiseerd in café Central op het Wapenplein te Oostende. Het schip werd te koop aangeboden mede met een lot reservemateriaal. Op de veiling waren 13 gegadigden. De firma Bulens uit Hoboken kocht het schip voor 5 111 100 Bfr. Het reservemateriaal ging naar een Brugs sloopbedrijf voor 340 000 Bfr.
Half december 1960 kwam de Prince Charles te Willebroek aan voor afbraak.
Dit was het einde van de Prinsenvloot.







